Hulp nodig? Bel: 038-3331767

Een Openhaard Inbouwen

OPENHAARDEN INBOUW INSTRUCTIE


Plaats de haard bij voorkeur zodat de uitgang van de rookkap recht onder de plaats komt waar het rookgasafvoerkanaal geïnstalleerd word, of waar reeds een rookkanaal bestaat. Indien niet mogelijk, begin het rookkanaal dan eerst met (ongeveer) een meter recht omhoog. Hierna kan er evt. een bocht in het rookkanaal gemaakt worden, om zo bij de gewenste doorgang uit te komen. (gebruik uitsluitend flauwe bochten van max.15 of 30°)

Plaats de achterwand waterpas met een laagje specie op een onbrandbare, hittebestendige, stevige ondergrond of plateau van minimaal 8 cm dik. Houd tevens ongeveer 8 cm afstand tot een stenen muur (of gelijkwaardig materiaal). Deze ruimte moet worden opgevuld met isolatiemortel. Bouw nooit direct op een houten vloer of tegen een houten wand. Plaats of stort bij de aanwezigheid van een houten vloer eerst een onbrandbare isolatielaag/plaat van minimaal 5 cm onder de bovengenoemde ondergrond of het plateau. Bij een houten (skelet bouw) wand moet er een nieuwe stenen muur voor gemetseld worden. Houd hierbij 5 cm vrij tot het hout. Deze ruimte zal als luchtspouw fungeren en hoeft dus niet geïsoleerd te worden. Let erop dat zowel de wand, de vloer als het plafond het gewicht van de openhaard moeten kunnen dragen. Hier kunnen eventueel aanvullende maatregelen nodig zijn.

Wanneer de luchttoevoer via de onderkant van de haard wordt gerealiseerd, houd dan rekening met een sparing in het plateau. Een opening van minimaal ø200mm heeft een openhaard tijdens het stoken ongeveer nodig. Extra beluchting bevordert de trek van de openhaard en beperkt rookterugslag. Vooral bij gasgestookte openhaarden is dit belangrijk. U kunt de lucht ook op een andere manier toevoeren; b.v. door beluchtings roosters voor of naast de openhaard te plaatsen. Maak in elk geval altijd gebruik van verse buitenlucht, bij voorkeur vanaf de zuid-west gevel.

Plaats op locaties waar de verschillende onderdelen van de haard elkaar treffen kachelkoord of ander hittebestendig materiaal wat de werking van de verschillende bouwmaterialen kan opvangen. (rondom de achterwand en tussen het boezemijzer en de eerste rij stenen) Begin met het ommetselen van de haard en houd dan aan de zijkant rekening met extra ruimte voor isolatiemortel zoals in de tweede alinea beschreven. Veranker het metselwerk om
de 5-6 lagen met de achtermuur door middel van muurankers. Maak de vermiculite korrels met vuurvast cement in de verhouding 10:1 aarddroog aan met water. Stort vervolgens de ruimte rond de achterwand vol.

Plaats de rookkap op de achterwand en bevestig de eventuele trekstang(en) met keilbouten aan de muur. Metsel omhoog tot de bovenkant van de rookkap. Veranker het metselwerk om de 5-6 lagen met de achtermuur door middel van muurankers. Plaats het verloop van vierkant op rond op de rookkap en controleer of de rookklep goed functioneert. Stort de ruimte om de haard vervolgens verder vol tot onder de aansluiting van het kanaal.
Maak de aansluiting naar het kanaal zorgvuldig en lekdicht. Plaats een dubbelwandig geïsoleerd rookgasafvoerkanaal, bij voorkeur van het merk Holetherm. Gebruik de juiste diameter. Bij de meeste haarden tot 70cm breed kunt u volstaan met een dubbelwandig rookkanaal van Ø 200mm (minimale binnendiameter). Bij grotere haarden zal de diameter van het rookkanaal ook groter moeten zijn. Begin het rookkanaal onderaan door het plaatsen
van een (onder) aansluitstuk. Laat het gewicht van het rookkanaal niet direct op het verloopstuk rusten. Gebruik hiervoor muurbeugels en verdiepingsondersteuningen. Pas deze volgens de instructies de gebruiksaanwijzing van het betreffende rookkanaal toe. Na de montage van het rookkanaal kan deze nog een stuk (ongeveer 50 cm.) in de isolatiemortel gezet worden alvorens de de haard verder afgemetseld wordt. Hierna kan hij afgewerkt worden met stucwerk, een kader en/of een (natuurstenen) schouw. Installeer eventueel de luchttoevoerplaat, plaats de
vuurkorf met aslade en gietijzeren roosters (bolle kant naar boven), of de stookstenen los in de haard.

Belangrijk: LAAT DE HAARD MINIMAAL 6 WEKEN DROGEN EN STOOK NOG NIET!
Stook hierna een aantal dagen een klein vuur van houtskool of spaanders hout. Laat het vuur vanzelf uitgaan. Voer de grootte van het vuur geleidelijk op. Ook als er langere tijd niet gestookt is is het beter om met een klein vuur te beginnen. Open de rookklep voordat u begint met stoken en sluit deze pas nadat het vuur volledig gedoofd is. Stook alleen schoon en droog hout, wat minimaal 2 jr. buiten op een tochtige plaats te drogen heeft gelegen. Gebruik niet teveel hout tegelijk, voer regelmatig kleine hoeveelheden toe. Leeg de aslade regelmatig om te voorkomen dat de as zich tegen de onderkant van de stookroosters ophoopt en zo de luchttoevoer belemmert. Doof het vuur niet, maar
laat het vanzelf uitgaan. In de achterwand kunnen scheuren en barsten ontstaan door droging, verhitting en afkoeling. Dit is een normaal verschijnsel bij vuurvast materiaal, dus geen reden tot ongerustheid. Veeg uw schoorsteen regelmatig, gemiddeld twee keer per jaar. Bij veel stoken eventueel wat vaker.
Er mogen geen licht ontvlambare materialen, zoals nylon kleding of brandbare vloeistoffen in en of in de nabijheid van de haard worden gebracht. Zorg er te allen tijde voor dat kinderen en andere personen die niet op de hoogte zijn van de werking van een open haard, zich uitsluitend onder toezicht, in de nabijheid van de haard begeven.
Gebruik een haardscherm tegen verbranding en ter bescherming van de hierboven vermelde kinderen en personen.

Attentie
Het is noodzakelijk dat de haard, het complete kanalensysteem en de uitmonding jaarlijks door een erkend gasvakman/installateur worden gereinigd en
gecontroleerd. Een veilige werking van het toestel blijft hierdoor gewaarborgd.